Kinderboekenweek over opa en oma

d7494baab645c904edbcf979e7a19bd2-955853786-1444661849

Gisteren ging de Kinderboekenweek van start. Het draait dit jaar om de opa’s en oma’s. Er komen in Nederland trouwens steeds meer grootouders voor minder kleinkinderen. Hadden zestigers in 1925 gemiddeld nog 16 kleinkinderen, in 1985 moesten ze het doen met 5 en verwacht wordt dat het nog verder zal zakken naar 3. Omgekeerd: kinderen geboren in 1900 hadden bij de geboorte gemiddeld 2,1 grootouders, terwijl kinderen geboren in 2000 er gemiddeld 3,3 hadden. Kortom: Er is nu een ruim aanbod aan grootouders, maar kleinkinderen zijn schaarser geworden. Meer dan de helft van de opa’s en oma’s in Nederland heeft wekelijks contact met één of meer kleinkinderen en een achtste heeft zelf dagelijks contact. Ouders durven hun kinderen met een gerust hart bij opa en oma achter te laten als ze zelf moeten werken of eens iets zonder de kinderen willen doen.

Grootouders hebben daarmee een belangrijke rol in het leven van het opgroeiende kind. Young & Holy zet een paar uitspraken van deskundigen op een rij:

1. Tradities
Opa en oma kunnen vertellen hoe het was ‘toen wij zo oud waren als jij’. Hoe het was voordat er laptops en iphones waren, toen koeien nog met de hand werden gemolken en de schillenman nog langs de deuren kwam. Of hoe het op school ging, wat ze thuis aten en hoe de auto’s eruit zagen.

2. Ze hebben de tijd
Opa en oma hebben de tijd om voor te lezen, spelletjes te spelen, te gaan vissen, te gaan wandelen in het bos en cake te bakken.

3. Ze hebben de tijd om te luisteren
Ze staan dicht bij hun kleinkinderen en daarom voelen ze aan hoe zij zich voelen. Opa en oma kunnen een luisterend oor bieden als de kleinkinderen ergens mee zitten. Voor de kleinkinderen kan het fijn zijn om met iemand te praten die ze, buiten hun ouders, goed kennen.

4. Ze kunnen vertellen hoe het vroeger was
Opa en oma kunnen het beste vertellen hoe papa of mama als kind was. Ze kunnen foto’s laten zien van vroeger, bijvoorbeeld van het huis waar ze vroeger woonden. Ze kunnen hun kleinkinderen meenemen naar de plek waar papa of mama woonde en vertellen waar het huis stond, waar de school en de speeltuin waren.

5. Ze kunnen de kinderen nieuwe dingen leren
Opa en oma kunnen de kleinkinderen leren timmeren, breien, borduren, groenten kweken, leren hoe de wasmachine werkt, hoe je de auto wast, hoe je een knoop aanzet of hoe je de grootste vis kunt vangen. Ze kunnen helpen met het huiswerk, uitleggen hoe een statistiek werkt of een saus leren maken.

6. Ze stralen veiligheid uit
Als het goed is staan opa en oma staan altijd voor hun kleinkinderen klaar, geven ze een veilig gevoel als ze ergens mee zitten, bijvoorbeeld als hun ouders gaan scheiden of als er iemand ziek wordt.

rmw-weetjes_deel4-1200x1697-212x300    rmw-weetjes_deel7-1200x1697-212x300    rmw-weetjes_deel6-1200x1697-212x300

Vragen om met kinderen te bespreken:

  • Bekijk met elkaar het filmpje van ‘superoma’ Anneke.
  • Heb jij nog een opa en/of oma?
  • Wat is leuk aan het bezoeken, logeren bij opa en/of oma?  
  • Wat doe je bij hen wel en bij je papa en/of mama niet?
  • Vraag eens aan de leerlingen in de klas waarin zij  hun opa of oma inspirerende voorbeelden vinden en waarom. Welke levensvragen zouden jongeren willen stellen aan de oudere generatie? Maak een inventarisatie, wie heeft er een opa of oma die bereid is in de klas te komen om het gesprek aan te gaan over de vragen die ertoe doen? 
Foto: Zachary Scott. Bron: Artikel
Share

Geef een reactie