Het zijn jongeren die met een ontdekkingsreis bezig zijn, naar zingeving, of spanning’

‘Schooljuf en voetbaltrainer kunnen aanslag voorkomen’

Is het toeval dat Nederland een grote aanslag nog steeds bespaard is gebleven? Nee, zegt radicaliseringsexpert Omar Ramadan. Dinsdagochtend, toen hij de eerste beelden zag van de verwoesting op vliegveld Zaventem, moest Omar Ramadan weer even aan haar denken. Die docente uit Den Haag, die na de zomervakantie ineens twee leerlingen miste. Ze waren naar het kalifaat. “Die lerares is meteen aan de slag gegaan. Ze belde met de politie, met jongerenwerk, maar ook met de ouders van alle andere meiden in haar klas. Die mevrouw heeft er persoonlijk voor gezorgd dat niet nóg vijf meiden uit die klas vertrokken. Ze heeft nooit een voorpagina gehaald. Maar misschien heeft ze wel een aanslag voorkomen.”

Ramadan (39) is hoofd van het Europese Radicalisation Awareness Nework en adviseur van de Nederlandse overheid en de Europese Commissie. Hij weet: zijn advies, het verhaal wat hij al jarenlang ophoudt, is niet wat de meeste mensen op een dag als vandaag willen horen. “Wat nu goed klinkt: strenge maatregelen, pak ze aan, sluit ze op. Maar wat we voor de meelopers en twijfelaars nodig hebben, is preventie. De jongeren die vatbaar zijn voor radicalisering, bereik je niet met harde taal. Die bereik je met een luisterend oor van de docent, de jongerenwerker.

“Het zijn jongeren die met een ontdekkingsreis bezig zijn, naar zingeving, of spanning. Als je wilt voorkomen dat zij de volgende Salah Abdeslam worden, moet je zaadjes van twijfel planten.”

Het goede nieuws: Nederland doet dat beter dan veel andere landen, zegt Ramadan. “Hier werkt iedereen nog samen. Dat is in België allemaal moeilijker. Door de twee talen, door de ingewikkelde bestuurslagen, maar ook door de hiërarchie. Een schooljuf pakt daar niet zo makkelijk de telefoon om de politie te bellen als hier.”

Het is geen toeval, zegt hij, dat Nederland nog niet zo’n grote aanslag heeft gekend. “Om een paar jongens zo gek te krijgen dat ze zich opblazen, heb je een grote groep nodig die vatbaar is voor dit soort ideeën. En door preventie is die vijver bij ons simpelweg kleiner.” Toch vertrekken elke maand nog vijf Nederlandse jongeren naar Syrië. “Maar we houden er in diezelfde maand 25 tegen! Door goede gesprekken met sociaal werkers, een docent, doordat hun ouders er bij betrokken worden. Het klinkt allemaal niet sexy of stoer, dat weet ik. Maar de jeugdwerker die aan de bel trekt, of de voetbaltrainer die zich inspant om zo’n jongen binnenboord te houden en een keer met de wijkagent belt: dáár gaat het om. Zij voorkomen aanslagen. En daar moeten we in blijven investeren.”

Ramadan vraagt om begrip voor jongeren die in de klassen applaudisseren voor aanslagen. “Die mag je aanpakken, maar ik vraag vooral om nuance. Ik sprak onlangs met de ouders van jongeren die in Le Bataclan omkwamen – van hen verwacht ik die nuance niet. Maar wel van de mensen die ons land besturen. Ik wil dat zij niet alleen focussen op de jongens die een kalasjnikov in de kofferbak hebben liggen, maar begrijpen dat een veel grotere groep jongens in staat is zo te worden.

“En inderdaad, daar moeten we mee in gesprek. Je kunt niet meer militairen op straat sturen dan er de laatste weken in Brussel rondliepen. Ze hebben de aanslagen niet voorkomen.””En inderdaad, daar moeten we mee in gesprek. Je kunt niet meer militairen op straat sturen dan er de laatste weken in Brussel rondliepen. Ze hebben de aanslagen niet voorkomen.”

Peter Groenedijk PZC, 23 maart 2016

Vragen om te bespreken met jeugdleiders, docenten?

  • Wat vind je van dit artikel?
  • Wat zou je willen zeggen tegen de kordate docente?
  • Welke vragen heb je aan Ramadan?

 

Share

Geef een reactie